Alleen geboren tweeling: 6 belangrijke kenmerken bij kinderen

Het alleen geboren tweeling trauma, is een trauma dat zich super goed verstopt. Mogelijk is je zwangerschap helemaal normaal verlopen en heb je ook bij je baby niets abnormaal gemerkt. Net zoals baby’s bepaald gedrag kunnen vertonen dat er op wijst dat ze een alleen geboren tweeling zijn, zie je ook bepaalde symptomen bij kinderen die hierop kunnen wijzen.
Hieronder vind je 6 alleen geboren tweeling kenmerken bij kinderen. Deze kenmerken betekenen niet automatisch dat iemand een AT is. Maar als je bij jezelf of bij één van uw kinderen een paar van deze kenmerken herkent i.c.m. met alle herkenningspunten die je hiervoor al gelezen hebt, dan dit wijzen op een ongeboren tweelinghelft.
1. Schrik in het donker
Het is zeker niet abnormaal dat kinderen schrik in het donker hebben. Maar de meeste alleen geboren tweelingen hebben als kind schrik in het donker. Waarschijnlijk sliep je in een kamer met het rolluik omhoog zodat er toch wat buitenlicht kon binnenkomen of sliep je met een nachtlichtje. Mogelijk was het ook heel belangrijk dat de slaapkamerdeur bleef openstaan.
Een pikdonkere kamer waar dan ook de deur nog eens gesloten is, doet onbewust herinneren aan de tijd in de baarmoeder. Dus een onbewuste herinnering aan je ongeboren tweelinghelft. Maar mogelijk ook een onbewuste herinnering aan de periode dat die als een dood stompje naast u zat. Een donkere kamer zonder uitgang is voldoende om dit trauma te triggeren waardoor het kindje een soort van paniekaanval krijgt en heel bang wordt. Voor de buitenwereld lijkt het dat die schrik in het donker heeft, maar eigenlijk is het en prenataal trauma dat getriggerd wordt.
2. De onafscheidelijke knuffelbeer
Veel alleen geboren tweelingen hebben als kind een knuffel waar ze extreem aan gehecht zijn. Dat kan een teddybeer zijn, een doekje, een kussen of mogelijk iets anders waar ze extreem aan gehecht zijn en dat ze overal mee naartoe nemen. Als ze dat toch eens vergeten of verliezen vergaat hun wereld. Die knuffel symboliseert immers hun ongeboren tweelinghelft. Het verliezen van die knuffel zou hetzelfde zijn als hun tweelinghelft opnieuw verliezen.
3. Extreme gehechtheid aan huisdieren
Het kan ook zijn dat een huisdier onbewust de rol van de ongeboren tweelinghelft moet vervullen. Als alleen geboren tweeling kan je je dus extreem aan je huisdier hechten. Als dit huisdier dan sterft, vergaat voor jou gans je wereld. Dat huisdier nam onbewust de plaats in van je ongeboren tweelinghelft. Dat huisdier dat sterft, voelt aan alsof je opnieuw afscheid moet nemen van je tweelinghelft.
Ook iets typisch voor een alleen geboren tweeling is de drang om zieke, gewonde en verloren dieren te helpen. Dan heb ik het niet enkel over huisdieren, maar ook vogeltjes die uit het nest gevallen zijn, een ziek wild konijn, zwerfdieren,… In de baarmoeder heb je je tweelinghelft willen redden, wat je als foetus natuurlijk niet kon. Dit probeer je nu te compenseren door zieke/gewonde dieren te redden.
4. Prenatale herinneringen
Sommige jonge kinderen hebben nog een aantal herinneringen van hun tijd in de baarmoeder. Ze herinneren zich dat ze daar niet alleen waren en kunnen daar – in hun eigen kindertaal – spontaan over beginnen vertellen. Mogelijk praten ze over hun broertje/zusje terwijl er geen leven broertje/zusje is. Sommige kindjes uiten dit in hun tekeningen of dromen. Eens ze iets ouder worden, verwateren deze herinneringen.
5. Een ingebeeld vriendje
Er zijn kindjes die een ingebeeld vriendje hebben waarmee ze spelen. Deze onzichtbare metgezel is een normaal en gezond onderdeel van de kinderlijke fantasie, waarmee kinderen sociale vaardigheden oefenen, grip krijgen op de wereld en emoties verwerken. Het is een teken van gezonde ontwikkeling en verdwijnt meestal vanzelf. Bij een alleen geboren tweeling speelt dat ingebeelde vriendje echter een heel andere rol.
Als alleen geboren tweeling ervaar je vaak een diep, onverklaarbaar gemis en een interne leegte die je maar niet kan vullen. Een ingebeeld vriendje kan dan ook een copingsmechanisme zijn om met dit gemis en die leegte om te gaan. Op die manier kan je als kindje immers je verloren tweelinghelft “ervaren” of net zijn/haar gemis compenseren.
6. Scheidingsangst
We hebben je al verteld dat verlatingsangst één van de kernwonden van een alleen geboren tweeling is. Bij kleine kinderen kan dit zich uiten in scheidingsangst als ze bv. naar school moeten, logeerpartij,… De eerste ervaring die je als alleen geboren tweeling meegemaakt hebt, is dat je tweelinghelft je in de baarmoeder in de steek gelaten heeft. Een prénatale imprint die je heel je leven meedraagt. Kindjes die voor één of andere reden van hun ouders gescheiden worden (couveuse, operatie,…) kan dit trauma triggeren. Dit kan ook iets simpel zijn zoals naar school moeten gaan.
Iedereen kent de beelden van 1 september waar kleine kindjes voor de eerste keer naar school gaan en beginnen wenen als de mama hun achterlaat. Maar wat als je als 10-jarige nog steeds huilt als je naar school moet gaan?
Mijn eigen herkenningspunten als kind
Ik had als kindje sowieso schrik in het donker. Ik sliep met het rolluik omhoog. Mijn tante wist dat ik schrik in het donker had. Dus voor mijn eerste communie kreeg ik van die tante twee clowns waarvan de neuzen gloeilampen waren. Dus die kon ik gebruiken als nachtlampje. De deur van mijn slaapkamer bleef ook altijd open staan.
Zelfs als volwassen man heb ik hier nog altijd last mee. Mijn ex-vriendin kon enkel in een volledig verduisterde kamer slapen. Het moet niet veel zijn, maar ik moet iets kunnen zien. Dus als ik bij haar bleef slapen of omgekeerd, ging het rolluik wel naar beneden maar deed ik een nachtlampje aan. Bij haar thuis bleef ook de slaapkamerdeur meestal dicht. Ik kon dat verdragen, maar het gaf toch een wat claustrofobisch gevoel.
Als kind had ik 2 knuffelberen die ik me kan herinneren. Maar voor zo ver ik weet lagen die gewoon in mijn bed. Het waren geen beren die ik overal mee naartoe nam. Maar ik heb u seffens nog wel wat meer te vertellen over een knuffelbeer.
Dat van die dieren dat is zo herkenbaar. Ik ben opgegroeid op een boerderij. Dus ik herinner me meerdere vogeltjes, zwerfkatten (of hun kittens), wilde konijnen waar iets met scheelde (ziek of gewond) die ik dan probeerde te redden. Zo herinner ik me een kitten van een wilde kat dat ik gevangen had, maar dat was ziek. Ik nam het mee naar binnen en nam het een tijd op mijn schoot. Alhoewel het een kitten van een wilde kat was, gedroeg het zich volledig tam. Ik maakte nadien de oogjes en neus die helemaal onder de prut zaten proper en ging het nadien terugzetten omdat ik niets meer kon doen. Een beetje later lag het dood. Ik was toen al jong volwassen, maar had intens verdriet voor een kitten waar ik nauwelijks een band mee had.
Misschien voorbereiding voor Musti. Ook een kitten van diezelfde wilde kat die meermaals op de boerderij kwam jongen. Dat kitten heb ik tam gemaakt en in huis genomen. Die kat veranderde in een “velcrokat”. Waar ik was, was die kat. Als ik op een stoel zat, lag die naast me. Als ik in de zetel zat, lig die tegen mij. Ik had daar ook een intens lichamelijk contact mee gezien die altijd tegen mij lag, vaak kaak op kaak waar die ook mijn gezicht likte. De meest aanhankelijke kat die ik ooit gehad heb en die ik ooit zal hebben. Moet er geen tekeningetje bijmaken hoe intens het verdriet was nadat die door een auto aangereden werd en ik die moest laten inslapen. Nu dat ik weet dat ik een AT ben, weet ik waarom. Maar kon dat toen niet snappen. Mijn volledige wereld verving. Meerdere maanden in de rouw. Voor mijn huisgenoten van “tja, die kat is dood. That’s it”.
En dan de school… Ik ben eigenlijk nooit graag naar school gegaan. Ik ben denk ik wel tot mijn 10 jaar of zo blijven huilen ben als ik ‘s morgens naar school moest vertrekken. Enfin, huilen. Dat ging veel verder. De schoolbus kwam me dagelijks ‘s morgens aan huis oppikken. Dan begon ik niet enkel te huilen, maar zette ik me letterlijk met handen en voeten af tegen de deur van de bus omdat ik niet mee wou.
En dan de teddybeer… Bij schrijven van dit artikel slaap ik als volwassen man nu al maanden met een teddybeer. Zoals ik elders al schreef, kwam ik eerst mijn tweelingziel tegen. Via haar kwam ik dan te weten dat ik een AT ben. Nadien sprong de relatie af. Voor mijn onderbewuste moest ik terug afscheid nemen van Dries. Mijn wereld verging.
Ik had haar niet zo lang geleden een teddybeer cadeau gedaan met hierin een verwijderbare module waarop ik een persoonlijk boodschap kon inspreken. Terwijl ik daarmee bezig was, voelde ik zelf een enorme behoefte om die beer te knuffelen. Op een gegeven moment begon ik zelfs te wenen.
Ik wist dat hier een trigger dat, dus ik heb nadien voor mezelf een teddybeer gekocht. Daar ben ik dan in een aangenaam warme veranda mee gaan liggen met die teddybeer op mijn borst. Maar al heel vlug lag daar voor mijn gevoel geen teddybeer meer , maar een echte baby: Dries!!!
Voor iemand die geen alleen geboren tweeling is, waarschijnlijk compleet onbegrijpbaar. Maar die beer maakt nu deel uit van mijn verwerkingsproces. Ik ga door een intens verwerkingsproces, waar al het verdriet dat al zo lang in mijn systeem opgesloten zit eindelijk naar buiten komt.
Zoals ik op de home page geschreven heb, heb ik deze website online gezet voor mijn eigen verwerkingsproces. Momenteel biedt die teddybeer me de troost als ik die nodig heb. Feit dat ik die onlangs in mijn bed vastnam met de woorden “kom Dries” zegt voldoende over de rol dat die beer voor mijn onderbewustzijn vervult.
In boeken las ik al meerdere verhalen van mensen die ook een bepaald object hebben wat hun ongeboren tweelinghelft symboliseert. Op het einde van hun verwerkingsproces begraven ze dan dit object als symbolische afsluiting van dit proces. Iets wat ik ook van plan ben met de beer en een ander item dat ik in huis gehaald heb als eerbetoon aan Dries eens ik zelf mijn verwerkingsproces afgerond heb.

