13 Alleen geboren tweeling kenmerken bij baby’s

- 1. Huilbaby: overmatig huilen zonder aanwijsbare reden
- 2. Onverklaarbare lichamelijke klachten
- 3. Slaapproblemen
- 4. Extreme verlatingsangst of hechtingsproblemen
- 5. Sterke voorkeur voor druk of begrenzing
- 6. Overmatige schrikreacties (Moro-reflex)
- 7. Hypervigilantie: voortdurend ‘aan’ staan
- 8. Ongewone stilte of bevriezingsreactie
- 9. Sterke voorkeur voor één zijde van het lichaam
- 10. Asymmetrische ontwikkeling of spierspanning
- 11. Extreme huidgevoeligheid
- 12. Drang naar voorspelbaarheid en routine
- 13. Fysieke kenmerken
- Ik zelf als baby
In dit artikel geven we u een overzicht van 13 alleen geboren tweeling kenmerken bij baby’s zodat je kan bepalen of jij zelf of één van je kinderen een AT is.
Voor je dit artikel gaat lezen, wil ik al een kleine nuance aanbrengen. Het is niet omdat je als baby één of meerdere van deze kenmerken vertoonde, dat je een alleen geboren tweeling bent. Onderstaande signalen op zich zijn geen doorslaggevend bewijs. Maar onderstaande kenmerken bij baby’s i.c.m. de juiste context zoals de aanwijzingen tijdens de zwangerschap en bevalling waarover we verteld hebben, kan wel een heel sterk signaal zijn dat je een alleen geboren tweeling bent.
1. Huilbaby: overmatig huilen zonder aanwijsbare reden
Was je een huilbaby? Huilde je vooral heel veel tijdens de eerste paar maanden waarbij het leek of je ontroostbaar was? Huilbuien die plots vanuit het niets begonnen en die heel lang duurden? Huilen zonder dat je honger of pijn had? Wisselen tussen glimlachen en huilen zonder aanwijsbare reden? Dat kan een belangrijke aanwijzing zijn dat je een alleen geboren tweeling bent. Mogelijk was je aan het wenen omdat je je ongeboren tweelinghelft zo hard aan het missen was. De prenatale imprint van het verlies van je tweelinghelft is niet iets wat je je als baby bewust herinnert, maar je onderbewustzijn en je energiesysteem herinneren het zich wel. Dit kan zorgen voor een diep gevoel van gemis, onveiligheid, niet compleet zijn en het zoeken naar iets onbenoembaar. De enige manier hoe een baby dit kan uiten is door te wenen, in dit geval door veelvuldig te huilen.
2. Onverklaarbare lichamelijke klachten
Dit huilen kan veroorzaakt worden door lichamelijke klachten. Voorbeelden van onverklaarbare klachten zijn krampjes, reflux, eczeem en andere “onrustsymptomen”.
Zoals gemeld is er geen bewuste herinnering aan het tweelingverlies, maar wel een onbewuste. Die lichamelijke klachten kunnen voortkomen uit het emotionele en energetische trauma dat je als baby meedraagt.
Belangrijk: dit betekent niet dat er geen medische oorzaak kan zijn. Raadpleeg altijd een arts.
3. Slaapproblemen
Veel AT-baby’s hebben moeite om in slaap te vallen of worden huilend wakker. Vaak wakker worden, nachtelijke paniek of rusteloos slapen zijn mogelijke signalen.
Wanneer de baby alleen in een wiegje ligt, kan dit het gevoel oproepen van het plotseling alleen achterblijven in de baarmoeder. Sommige baby’s kunnen dan ook enkel rustig slapen als ze naast een ouder liggen of zal ze stevig ingebakerd zijn. Samen slapen of stevig ingebakerd zijn, herinnert ze aan de situatie in de baarmoeder waar ze naast hun tweelinghelft lagen
4. Extreme verlatingsangst of hechtingsproblemen
Als alleen geboren tweeling word je geboren met bindingsangst en verlatingsangst.
Door de verlatingsangst heeft een AT-baby vaak een enorme behoefte aan nabijheid en kan overstuur raken zodra die wordt neergelegd. Door deze verlatingsangst had je mogelijk erg veel nood aan nabijheid en huidcontact met je ouders. Extra nabijheid en huidcontact dat je mogelijk niet kreeg omdat je ouders helemaal niet bewust waren van dit prenataal tweelingverlies.
Door hechtingproblemen die door het alleen geboren tweeling trauma veroorzaakt worden, kan ook het omgekeerde gebeuren. Jij als baby die zich terug trok of verstijfde bij aanraking omdat huidcontact herinnert aan je ongeboren tweelingbroer/-zus. Iets wat eerst heel veilig aanvoelde maar wat heel beangstigend werd nadat je tweelinghelft overleed. De lichamelijk aanraking van je ouders herinnerde je mogelijk aan het contact met dat dode klompje in de baarmoeder wat voordien je tweelinghelft was maar waar je na zijn/haar dood liefst zo ver mogelijk van weg wou. Een baby die zich terugtrekt of verstijft als hij/zij aangeraakt wordt – zeker als die aanraking onverwachts komt – wijst op een onbewuste schrik- of traumarespons.
Beide reacties zijn tekenen van een diepere, onbewuste ervaring van verlies.
5. Sterke voorkeur voor druk of begrenzing
Sommige baby’s worden pas rustig wanneer ze stevig ingebakerd zijn of stevig tegen een ouder aanliggen. Dit kan te maken hebben met de herinnering aan het veilig omsloten zijn, zoals het ooit was naast de tweelinghelft. Een gebrek aan begrenzing kan voelen alsof de baby in een leegte valt.
6. Overmatige schrikreacties (Moro-reflex)
Een opvallend sterke of langer dan gebruikelijk aanwezige schrikreflex kan wijzen op prenataal trauma.
Het moment van verlies van de tweelinghelft wordt diep in het zenuwstelsel opgeslagen, waardoor de baby constant alert reageert op plotselinge prikkels.
De moro-reflex is genoemd naar de Oostenrijkse kinderarts Ernst Moro (1874-1951), die deze reflex beschreven heeft. Het gaat hier om het (primaire) schrikreflex – ofwel: “Wat te doen als er gevaar is?”. De moro-reflex hoort tot de reflexen die zich al in de baarmoeder ontwikkelen, in het geval van de moro-reflex als de foetus ongeveer 9 weken oud is. Direct na de geboorte kan de boreling over deze reflex beschikken. Normaal gesproken dooft deze reflex op een leeftijd van 4 tot 10 maanden uit.
Wanneer een baby schrikt, opent hij/zij zijn/haar vingers en de armen en spreidt de benen. Vervolgens worden de armen voor de borst gebracht alsof hij/zij iemand omhelzen wil. Vaak gaat de baby meteen hierna hard huilen.
– Wikipedia
7. Hypervigilantie: voortdurend ‘aan’ staan
AT-baby’s worden geboren met een diep gevoel van gemis, onveiligheid, niet compleet zijn en het zoeken naar iets onbenoembaar. Dit kan zich uiten in baby’s die constant met hun ogen de omgeving afscannen alsof ze iets zoeken of missen omdat ze onbewust op zoek zijn naar hun tweelinghelft. Door die verhoogde alertheid staat die baby altijd “aan” waardoor die wakkerder lijkt dan leeftijdsgenoten.
Sommige AT-baby’s lijken dan ook nooit volledig te ontspannen. Ze reageren snel op geluiden of bewegingen, en zijn altijd alert. Deze voortdurende hypervigilantie kan leiden tot oververmoeidheid en veel huilen.
8. Ongewone stilte of bevriezingsreactie
Niet alle AT-baby’s huilen veel. Sommige reageren juist door extreem stil te zijn, weinig geluid te maken of uitzonderlijk veel te slapen. Dit kan een bevriezingsstrategie zijn: het zenuwstelsel schakelt als bescherming over naar stilstand, net zoals in de baarmoeder tijdens het verliesmoment.
9. Sterke voorkeur voor één zijde van het lichaam
Een baby die bv. altijd naar links of naar rechts gedraaid ligt. Een baby die een sterke voorkeur heeft om langs links of rechts tegen het lichaam van zijn ouders te liggen. Bij een tweelingverlies kan dit er op wijzen dat die baby de situatie van in de baarmoeder probeert na te bootsen en hier op dezelfde positie wil liggen als hij/zij in de baarmoeder lag t.o.v. de ongeboren tweelinghelft.
10. Asymmetrische ontwikkeling of spierspanning
Naast voorkeur voor één zijde kan er ook sprake zijn van:
- scheefstand in rug of nek,
- voorkeurshouding,
- ongelijk gebruik van armen of benen.
Deze fysieke signalen kunnen duiden op energetische imprints die het lichaam nog meedraagt van het verliesmoment.
11. Extreme huidgevoeligheid
Dit kwam hierboven al aan bod.
AT-baby’s reageren vaak extra sterk op aanraking:
- Sommige baby’s genieten intens van knuffelen en huidcontact.
- Andere baby’s kunnen juist overstuur raken van aanraking.
Dit komt doordat het lichaam nog een herinnering draagt aan het contact met de tweelinghelft. In de baarmoeder was dit contact zowel veilig (toen de tweelinghelft nog leefde) als onveilig (nadat de tweelinghelft gestorven is). Voor AT-baby’s is aanraking dus zowel veilig als onveilig waardoor er heel uiteenlopend kan gereageerd worden op aanraking.
12. Drang naar voorspelbaarheid en routine
In de baarmoeder was alles continu en voorspelbaar — het verlies van de tweelinghelft was een abrupte schok. Plotselinge veranderingen in licht, geluid of ritme kan een AT-baby sterk ontregelen. Voorspelbaarheid zorgt dan ook voor een gevoel van veiligheid.
13. Fysieke kenmerken
Fysieke kenmerken die zich kunnen voordoen, zijn vlekken, littekens of geboortetekens als een soort van “energetische herinnering” aan de ongeboren tweelinghelft. Bv. een moedervlek die op een handafdruk lijkt of een gevoelig plekje op het lichaam. Zo spreekt één van de AT’s die ik ken altijd van een warm gevoel tussen de schouderbladen als ze een nieuw inzicht krijgt. Dit kan wijzen op het feit dat ze rug-aan-rug lag in de baarmoeder. Zelf vertelde ik al dat ik begon te wenen toen ik met mijn vingers op mijn linker onderarm begon te tikken.
Ik zelf als baby
Eén van de lichamelijke ongemakken die ik als baby had waar mijn ma me al vaak over verteld heeft, is dat ik vaak last had van krampen (wat ik nog steeds heb) omdat ik moeilijk stoelgang kon maken. Geen stoelgang kunnen maken, wijst spiritueel/energetisch op niet kunnen loslaten. In dit geval het loslaten van Dries.
Als AT-baby heb je extra behoefte aan lichamelijk contact. Hier ben ik niet zeker van en is ook iets wat ik niet kan achterhalen, maar ik vermoed dat ik een tekort gehad heb aan lichamelijk contact. Ik kom uit een gezin waar het niet de gewoonte is om te knuffelen. Mijn mama heeft na de bevalling een zware postnatale depressie gehad. Heb ook heel mijn leven er niet van gehouden om aangeraakt te worden. Tot ik mijn tweelingziel ontmoette en in een knuffelbeer veranderde.
Het grootste fysieke kenmerk dat je direct bij mij ziet is dat ik wat voorover gebogen loop, met afgeronde schouders en een hoofd dat te ver naar voor staat.
Ik was zowel heel stil als een huilbaby. Dit hing volledig af van waar ik me bevond. Ik ben geboren in een boerengezin. Kinderopvang was er niet. Mijn grootouders werkten zelf nog de ziel uit hun lijf, dus als klein kindje werd ik in de voormiddag meegenomen naar het veld. Daar deed ik niets dan wenen. Ontroostbaar. Zelfs op de rug van de pappa terwijl die op zijn knieën zat te werken.
‘s Namiddags werd ik in mijn bedje gelegd en kwam mijn ma regelmatig checken of alles ok was. Hier sliep ik, was ik stil en hadden ze met mij geen last. Zo ben ik al heel mijn leven: als ik thuis ben, ben ik content.
Sinds ik weet dat ik AT ben en dat ik hoog sensitief ben, is het puzzelstukje op zijn plaats gevallen. Buiten op het veld met de omgevingsgeluiden, het felle zonlicht, de bewegingen van mijn ouders, insecten, vogelgeluiden,… Waarschijnlijk was ik volledig overprikkeld en voelde ik me onveilig. Thuis, rustig in mijn bedje had ik geen last van overprikkeling en mogelijk deed dit me denken aan de veilige plaats in de baarmoeder.

